Niet alleen het beroep van ontwerper, maar ook design zelf wordt beschouwd als een Amerikaanse uitvinding. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bekendste designmotto "Form follows function" afkomstig is van de Amerikaanse architect Louis Sullivan (1856-1924). Handel, productie en consumptie vormen de kern van het Amerikaanse designbeeld. Opvallend is de enorme hoeveelheid "anonieme designproducten" die wel een merknaam dragen, maar geen beroemde ontwerper nodig hebben om als "goed design" te worden gezien. Bedrijven zoals Coca Cola, Apple, IBM, Polaroid, Kodak en General Motors zijn tegenwoordig wereldwijd bekend en staan symbool voor de "American Way of Life".
Amerikaanse meubels en accessoires van wereldberoemde ontwerpers
Hoewel de Verenigde Staten op het gebied van productdesign tot in de jaren twintig nog als een ontwikkelingsland golden, groeiden ze in korte tijd uit tot de toonaangevende kracht van de moderniteit. Aan het einde van de jaren twintig openden in New York de eerste bureaus die de term Industrial Design op hun bedrijfsnaambord voerden. Deze nieuwe benaming was veelzeggend. In Amerika, waar niet alleen massaproductie maar ook reclame en marketing voor het eerst op wetenschappelijke wijze werden ontwikkeld, draaide design vooral om het succesvol verkopen van producten.
Een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Amerikaanse design is Raymond Loewy (1893-1986). Naast zijn succesvolle corporate designs, waaronder logo’s voor Shell, Spar en Lucky Strike, wordt hij vanwege het ontwerp van de gestroomlijnde S1-stoomlocomotief ook gezien als een van de grondleggers van het Streamline-design.
Andere belangrijke impulsen voor de ontwikkeling van de Amerikaanse designcultuur kwamen eind jaren dertig van voormalige Bauhaus-docenten en immigranten zoals Walter Gropius, Ludwig Mies van der Rohe, Josef Albers en Marcel Breuer. Ook de in 1939 opgerichte Cranbrook Academy speelde een belangrijke rol. Hier werden architecten en ontwerpers opgeleid zoals Eero Saarinen, Florence Knoll en Charles Eames.
Tentoonstellingen in het MoMA
Ook het in 1929 opgerichte Museum of Modern Art (MoMA) droeg met baanbrekende tentoonstellingen bij aan de ontwikkeling van het Amerikaanse designbegrip en introduceerde nieuwe perspectieven. Of het nu ging om de tentoonstelling "Modern Architecture. International Exhibition" uit 1932, waarmee de term "International Style" werd geïntroduceerd; de wedstrijden "Organic Design in Home Furnishings" en "Low Cost Furniture Design" uit de jaren veertig, waaruit ontwerpen zoals La Chaise, de Plastic Chairs en de Plywood-serie van Ray & Charles Eames voortkwamen; of de historische tentoonstelling "Italy: The New Domestic Landscape", die de opkomst van Italiaans design internationaal onder de aandacht bracht: ook vandaag de dag geldt het als een grote eer voor ontwerpers om met een ontwerp opgenomen te worden in de permanente collectie van het MoMA.
Producten van Herman Miller

Naast Knoll International (opgericht in 1938) was vooral het bedrijf Herman Miller (opgericht in 1923) verantwoordelijk voor baanbrekende meubelontwerpen. Onder leiding van designdirecteur George Nelson en in samenwerking met ontwerpers als Charles Eames, Isamu Noguchi en Paul Laszlo ontwikkelde het bedrijf iconische meubels die vandaag de dag in Europa en het Midden-Oosten door Vitra worden geproduceerd en gedistribueerd.
Tot de bekendste ontwerpen van Herman Miller behoren de Marshmallow Sofa (1956), de Coconut Chair (1956) en de Atomic Clock (1949, tegenwoordig bekend als Ball Clock) van George Nelson. Ook de Plastic Chairs van Charles & Ray Eames (1948) en de Coffee Table (1944) van Isamu Noguchi behoren tot de iconische ontwerpen van het merk. Noguchi verwierf vooral in de jaren vijftig grote bekendheid met zijn Akari lampenserie.
Postmodern design

De jaren zeventig werden in de VS gekenmerkt door de Vietnamoorlog, het Watergate-schandaal en de oliecrisis. Deze gebeurtenissen zorgden voor onzekerheid en irritatie, maar leidden ook tot een heroriëntatie die in de jaren tachtig uitmondde in een ware designboom.
Binnen het postmoderne design ontstonden opvallende ontwerpen, zoals de waterkoker "Bird" van de Amerikaanse architect Michael Graves, die samen met Richard Meier deelnam aan het Alessi-project "Tea & Coffee Piazza". Ook de Amerikaanse architect Frank Gehry trok de aandacht met zijn meubelseries Easy Edges (1972), Rough Edges (1982), de kartonnen fauteuil "Little Beaver" (1987) en de waterkoker "Pito" (1992). Later vestigde Gehry vooral zijn naam als internationaal gerenommeerd architect dankzij zijn amorfe, deconstructivistische bouwstijl.
Tegenwoordig zijn er in Amerika nog maar enkele meubelontwerpers met internationale bekendheid. Tot de bekendste vertegenwoordigers van de jongere designgeneratie behoren Jeffrey Bernett, Richard Shemtov, Nick Dine en Karim Rashid.


